Terug Volgende

Saskia Janssen maakt kunst in (en mét) Leiden Zuid-West

Gepubliceerd op 12 januari 2021

Auteur: Sophie Jansen


Kunst voor de buurt, in de buurt en ook met de buurt. Kunst in de openbare ruimte, met steun van het Lucas van Leyden Fonds. Die buurt? Dat is de omgeving van het Jacques Urlusplantsoen in Leiden Zuid-West. Voor deze bijzondere opdracht is kunstenaar Saskia Janssen uitgenodigd om in opdracht van het Lucas van Leyden Fonds dit project op te starten, de wijk en haar bewoners te leren kennen en een schetsontwerp te maken. Wij maken alvast kennis met Saskia, die zichzelf ‘veldwerker’ noemt en al vaker gemeenschapsprojecten leidt.

Saskia Janssen: ‘Ik ga overal heen waar ik uitgenodigd word, of naar plekken waarvan ik zelf denk dat ze interessant zijn voor mijn werk. Meestal brengt zo’n uitnodiging mij ergens, in een stad, een land of bij een instelling, waar ik vervolgens ga rondsnuffelen. Meestal groeit er dan heel organisch een idee en als dat idee er eenmaal is kan het uitwerken heel snel gaan. Daarbij zit ik niet vast aan een medium, maar ga ik altijd uit van de plaats waar ik naartoe ga én de mensen.’

LUCAS: Was je al bekend met Leiden Zuid-West, de omgeving waarin je aan het werk gaat?

‘Nee, ik kom in Leiden vooral voor Museum Volkenkunde. Vorig jaar heb ik daar samen met mijn man George Korsmit meegedaan aan een tentoonstelling. Dat vond ik een hele grote eer. Verder heb ik geen banden met de stad, maar dat vind ik des te interessanter omdat je dan helemaal nieuw komt in de wijk. Ik heb geen gedachtes of vooroordelen, maar ga er blanco in.

Intussen heb ik een buurtwandeling gemaakt met de cultuurcoaches, sportcoaches, een buurtwerker en een groep bewoners. Er zijn veel wijken als deze, ook in andere steden. Mijn ervaring is meestal dat mensen van buitenaf anders naar een omgeving kunnen kijken, en het bijvoorbeeld zien als ‘moeilijke buurt.’ Wanneer je er dan middenin bent, blijkt het gewoon hartstikke gezellig en zijn er heel veel bijzondere en betrokken mensen. Ik heb bijvoorbeeld een oudere dame ontmoet die de eerste bewoonster van één van de flats was. Zij heeft de buurt om zich heen zien veranderen maar ze woont er nog steeds even graag.’

Wat me lastig lijkt aan een project als dit, is dat jij als kunstenaar van buitenaf naar die buurt komt. Dat zou snel het gevoel kunnen creëren dat jij van bovenaf wel even iets komt neerzetten. Hoe voorkom je dat?

‘Dat zou ik zeker niet willen, het is aan mij om dat in goede banen te leiden. Ik doe dat door langs te komen, door mensen te ontmoeten en te kijken of ik ergens een ingang vind waardoor je samen dingen kunt maken. Het is natuurlijk een grote buurt waar misschien wel duizenden mensen wonen en ik kan het nooit helemaal behappen, maar ik zou niks willen maken waarmee ik de buurt tegen het hoofd stoot. Ik ben geen provocerende kunstenaar.’

Janssen aan het werk aan 'Welcome Stranger' in Peakskill, New York

In de staat New York heb je een community project gedaan dat bij mij meteen een belletje deed rinkelen, als voorganger van deze opdracht voor het JUP.

‘Ik woonde een jaar in New York, als artist in residence bij ISCP en werd samen met mijn man uitgenodigd om een tijdelijk werk te maken in de openbare ruimte van de stad Peekskill, op een grasveld voor de housing projects daar. Een zeer verarmde buurt met veel criminaliteit, werkloosheid en drugsproblematiek. Een moeilijke buurt om iets te maken maar vooral om te wonen. Het werk bestond uit twee delen: Eén deel plaatsten we buiten op het grasveld voor de flats, het andere deel bestond uit privéwerken binnen in de flats, kleine muurschilderingen bij mensen thuis. Heel precies geschilderd, het duurde ongeveer drie dagen om één zo’n werk te maken. Dat betekende dat we drie dagen over de vloer kwamen. We praatten, aten mee, draaiden muziek, dansten. Heel plezierig om steeds drie dagen te gast te zijn. Volgens mij zitten de meeste werken er nu nog steeds op, met sommige bewoners heb ik nog contact via Instagram.

Het werk buiten was tijdelijk: het bestond uit een podium met een enorme spiegel en een billboard. Dit werk had te maken met de geschiedenis van Peekskill: kolonisatie en de rol van Nederlanders daar, maar ook de Amerikaanse Civil Rights Movement en de Underground Railroad. In de spiegel - of beter: in de wolkenlucht die weerspiegeld werd - zat een ingang met een trap naar het podium. Op het billboard kwamen lokaal gemaakte boodschappen over de Black Lives Matter beweging. Het podium werd de hele zomer gebruikt voor optredens en feesten, en ook door een lokale burgemeesterskandidaat uit de buurt. Hij heeft zijn campagne deels vanaf dat podium gevoerd en nu is hij de burgemeester, dat was echt supercool.’

Dus ook daar lukte het om een connectie met de buurtbewoners te maken?

‘Er werd ons ‘als witte mensen’ van diverse kanten afgeraden om erheen te gaan, we kregen te horen dat men helemaal niet op ons zat te wachten. Dat wilden we niet geloven voordat we het probeerden. Als ze ons niet wilden, was het een ander verhaal geweest. Uiteraard zou ik dat respecteren, maar als mensen van buitenaf al van tevoren menen dat wij, of de kunst, niet welkom zijn, wil ik dat eerst zelf ondervinden. Vanaf de eerste dag was het meteen goed. We hadden een crew van buurtbewoners die meehielpen met timmeren, sjouwen, warme chocolademelk maken en alle andere dingen die er te doen waren. Het was een mooi, warm project.’

'Welcome Stranger,' Peakskill, New York

Dit klinkt naar meer, lijkt me hoog tijd dat Leiden ook zo’n mooi project krijgt. Kun je al iets vertellen over wat je van plan bent?

‘Nee! Ik neem altijd een ruime aanloop door de locatie een aantal keer te bezoeken, mensen te ontmoeten en te peilen wat er leeft. Dat laat ik in mijn achterhoofd bubbelen tot er een idee komt en dan ga ik kijken of ik mensen geïnteresseerd kan krijgen. Bij Peekskill dook ik in de geschiedenis van de stad, maar dat was onderdeel van de opdracht. Dat is niet iets wat ik in Leiden als eerste wil gaan doen, ik heb het liever over het hier en nu.’

We praten in Leiden al vaak genoeg over onze geschiedenis.

‘Voor mij is een belangrijke stelregel dat het voor beide partijen, dus voor mij en voor de bewoners, even interessant moet zijn. Het moet niet iets worden dat alleen voor mij boeiend is, maar andersom kom ik ook niet slechts een praktische service verlenen. We moeten elkaar opstuwen naar iets dat we zonder elkaar niet gemaakt zouden hebben. Ik hoop altijd dat ze we elkaar zullen verbazen en verrassen.’