Terug Volgende

Onder de microscoop van Sachi Miyachi

Gepubliceerd op 24 maart 2021

Auteur: Sophie Jansen


Met haar werk The Hut Next to the Guard’s House hoopt de Japanse kunstenaar Sachi Miyachi een klein stukje bij te dragen aan de geschiedenis van Leiden. Op één van de oudste plekken van de stad, het Gerecht, bouwt zij dit voorjaar haar tijdelijke houten constructie die zich laat inspireren door de historie van de locatie en door de ramen van het Gravensteen, het vroegere gerechtsgebouw. Miyachi woont en werkt in Amsterdam, bezocht Leiden al vaak en vond tussen het maken van haar werk tijd om met LUCAS in gesprek te gaan over haar proces.


LUCAS: Laten we beginnen met de titel. The Hut Next to the Guard’s House, dat klinkt mysterieus.

Sachi Miyachi: ‘Een titel kan abstract, of juist meer op een verhaal gebaseerd zijn. Uiteindelijk heb ik gekozen voor de laatste optie, die goed bij het kunstwerk zelf past.’

Deze titel klinkt inderdaad verhalend, bijna als een sprookje.

‘Het woord ‘hut’ benadrukt het tijdelijke aspect van dit werk en duidt er ook op dat het met de hand gemaakt is. Op het Gerecht vind je het koffiehuisje waar ik de laatste tijd vaak geweest ben, waarvan de naam wachtershuis (Suppiershuysinghe, red.) betekent. Mijn werk staat er direct naast.’

Was je al eens eerder in Leiden geweest voordat je aan dit project begon?

‘Al meerdere keren, omdat Rijksmuseum Boerhaave mijn favoriete museum is. Zij hebben een prachtige collectie, vooral de allereerste microscoop van Van Leeuwenhoek. Die wilde ik al lang voordat ik naar Nederland kwam eens zien, sinds ik er voor het eerst over hoorde bij natuurkundeles tijdens mijn jeugd in Japan. Het verhaal van deze amateurwetenschapper en hoe hij de wereld van microscopen opende heeft me altijd gefascineerd. Sinds ik werd uitgenodigd door het Lucas van Leyden Fonds ben ik vaak naar Leiden gekomen om rond te lopen, rond te fietsen en te leren over de verhalen en geschiedenis van de stad. Die periode in een onderzoek is zo spannend!’

Ontwerp voor The Hut Next to the Guard's House

Zodra zo’n onderzoek van start gaat, betreed je de stad dan met een geheel nieuwe blik?

‘Eigenlijk wel, ik probeer de stad te voelen terwijl ik rondloop. Ik kijk extra goed naar de kleine ornamentele details op de gebouwen en kom zo in een heel andere atmosfeer terecht. Je zou kunnen zeggen dat ik mijn antennes aanzet.’

Wat viel je op aan het Gerecht waardoor je wist dat jouw werk hier moest komen?

‘Ik stak de winkelstraat over omdat ik de Pieterskerk wilde bezoeken en voelde de atmosfeer helemaal veranderen zodra ik dat gebied betrad. Kleine straatjes en huizen, vele verschillende soorten stenen en een hele oude uitstraling. Zelfs de mensen in de buurt voelden anders. Een gevoel van kalmte betrad me, en het leek me prettig om in die kalme omgeving te kunnen werken. Per toeval belandde ik op het Gerecht en zag het Gravensteen. Een gecompliceerd gebouw dat uit veel meer dan één ontwerp bestaat. Deze mengeling van structuren met verschillende soorten stenen, hoe is dat samen mogelijk in één gebouw? Ik begon me te verdiepen in de architectuur en besloot ik een werk te maken als reactie hierop.’

Hoe ben je vanuit dat besluit vervolgens aan het werk gegaan?

‘Ik begon in hoog tempo ideeën te verzamelen en leerde meer over de geschiedenis van het Gerecht als plek waar executies plaatsvonden. Ik raakte gefascineerd door de acht ramen en de galerij, een plek vanwaar men keek naar executies maar ook bekeken werd. Een executie was ook als een performance bedoeld om het volk iets te leren, een waarschuwing. Ik probeerde me te verplaatsen in de toeschouwers van destijds, misschien wel de familie van de veroordeelde. Ramen zijn natuurlijk tweedimensionale objecten. Ik probeerde ze als het ware te kristalliseren door er acht achter elkaar te zetten en tot een driedimensionaal object te maken. Dat was het beginpunt.’

Eeuwen geleden werd een toren neergezet en vandaag de dag zet jij er een kleine houten hut naast om jouw bijdrage aan de geschiedenis van de plek te leveren.

‘Het is natuurlijk lastig om geschiedenis te symboliseren maar ik hoop met dit werk een middel te bieden waarmee mensen de geschiedenis van het Gerecht kunnen beleven, een sculptuur dat het nu verbindt aan het vroeger van deze openbare plek. Dat gaat terug tot het begin van de 13e eeuw, waarin de toren fungeerde als herkenningspunt voor de stad en van heel veraf te zien was. Zelfs met die tijd hoop ik mijn werk te verbinden.’

Portret van stadsarchitect Van der Helm, met het Gravensteen op de achtergrond.

Door het werk op een openbare plek te plaatsen geef je het als het ware uit handen, je geeft het aan alle Leidenaren. Vind je dat spannend?

‘Iedereen is verantwoordelijk voor wat hij of zij toevoegt aan de openbare ruimte, de ruimte van ons allemaal. Wat ik daarbij spannend vind is de houding die ik moet aannemen. Dit werk is een microscoop waarmee ik dingen kan blootleggen, of juist een spotlight om ergens op te richten. Mijn nadenken over het feit dat op deze plek vroeger doodstraffen werden uitgevoerd, maakte het idee van zien en gezien worden in het openbaar tot backdrop van dit werk.’

Ook nu is het Gerecht nog een plek van zien en gezien worden. Hoe was het om daarover met de bewoners van de buurt te spreken?

‘We hebben elkaar kort ontmoet, op afstand middenin de lockdown. Er heersten gemengde gevoelens. Het plein wordt door veel mensen bezocht wordt, ook ’s nachts. Dat zijn soms dronken mensen of hangjongeren en het kan problemen opleveren. Wat mij betreft is dat ook onderdeel van mijn kunstproject. Ik maak iets en natuurlijk wil ik dat mensen zich eromheen verzamelen, dat is het sociale aspect van kunst in de publieke ruimte. Deze mogelijke uitdagingen dwingen ons om na te denken over het stadsleven en over de betekenis van de publieke ruimte.